PatientenPlatform

tekstgrootte

A+ | A- | Reset
Voorpagina arrow Afweersysteem arrow Coeliakie (glutenintolerantie)
Coeliakie (glutenintolerantie) PDF Afdrukken E-mail
Het Nederlandse woord voor coeliakie (spreek uit: seuliakie) is glutenovergevoeligheid. Gluten zijn eiwitten die voorkomen in tarwe, haver, rogge en gerst. Bij coeliakie is de dunne darm overgevoelig voor deze eiwitten. Deze overgevoeligheid is het gevolg van specifieke reactie van het immuunsysteem op een van de bouwstenen van gluten - het aminozuur gliadine.
Het woord coeliakie is afgeleid van het Griekse woord voor buik of buikholte. De aandoening wordt ook wel glutenenteropathie of glutenintolerantie genoemd.
Coeliakie is een erfelijke ziekte: eerstegraads familieleden hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van coeliakie. Tweederde van de mensen met coeliakie is vrouw.

Als je last hebt van glutenovergevoeligheid en iets eet of drinkt dat met een of meer van de genoemde graansoorten is bereid of daarmee in aanraking is geweest, kan je last krijgen van diarree, verstopping, humeurigheid, vermoeidheid of huidklachten. De afwijkende reactie op gluten bij coeliakie maakt dat darmvlokken (de bekleding van de dunne darm) kapot gaan en verdwijnen. Het oppervlak in de darm dat zorgt voor een opname van voedingsstoffen wordt minder groot. Ook verdwijnen de enzymen die nodig zijn voor de vertering en opname van voedingsstoffen. Hierdoor ontstaat een tekort aan mineralen, vitaminen en vetten.

De eerste verschijnselen van coeliakie kunnen al op vroege leeftijd ontstaan als een kind voedsel krijgt met gluten (meestal pap, tarwebloem of brood). Opvallend is de grote hoeveelheid stinkende, vettige en vaak schuimende ontlasting, meestal meerdere malen per dag. Verdere verschijnselen zijn een opgezette buik, weinig eetlust, overgeven, ondergewicht, groeistoornissen en dunne ledematen. Een kind met coeliakie kan veel huilen en humeurig zijn. Soms is er sprake van obstipatie.

Het ziektebeeld kent bij kinderen veel variaties, van een stoornis in de voedselopname tot een achterblijvende lengtegroei, vertraagde puberteit, terugkerende pijnlijke aften in de mond of onderontwikkeld tandglazuur. Bij volwassenen zijn de symptomen meer algemeen: diarree, gewichtsverlies, bloedarmoede, moeheid, humeurigheid, botpijn, stoornissen in de menstruatie, afwijkingen in het mondslijmvlies en een algeheel gevoel van ziek zijn.

De arts onderzoekt of er sprake is van coeliakie door eerst te kijken of er antistoffen in het bloed zitten tegen gluten. De diagnose coeliakie is alleen met zekerheid te stellen door een klein stukje slijmvlies uit de dunne darm te nemen en te onderzoeken (biopsie). Het darmweefsel wordt microscopisch onderzocht. Bij coeliakie ontbreken de darmvlokken meestal helemaal. (Bron: gezondheidsplein.nl)